Dit jaar viert het Nederlands Welsh pony & cob stamboek haar zestigste verjaardag. Het stamboek werd in 1959 opgericht nadat een jaar eerder de eerste Welsh pony voet op Nederlandse bodem zette. Om meer te weten te komen over dit bijzondere ras spraken we met Welsh fokker Davy Wormgoor.
Davy Wormgoor heeft het fokken van Welsh pony’s met de paplepel ingegoten gekregen. Zijn vader Henk was voorafgaand aan de geboorte van Davy overgestapt naar het fokken van de sympathieke Welsh pony’s en is daarmee niet meer gestopt. “Ik kon eerder paard en pony zeggen dan papa en mama’, vertelt Davy. Op zijn achttiende kocht Davy zijn eerste eigen Welsh hengst Maestir Odyssey met wie hij mooie kampioenschappen heeft gelopen en die ook een flink aandeel heeft geleverd in de dekdienst.
Tot op de dag van vandaag deelt Davy de passie voor de Welsh fokkerij met zijn vader. “We fokken onder de zelfde naam,’Selehem’, maar we hebben wel ieder onze eigen pony’s die overigens wel lekker bij elkaar in de wei lopen.” Davy heeft inmiddels al verschillende kampioenspony’s gefokt en naast de fokkerij is hij ook jurylid en is hij regelmatig te vinden op shows en keuringen, waar je ook zijn broer en succesvolle collega fokker Yorick zomaar kunt tegenkomen.
Bij stal Selehem ligt de nadruk op het fokken van pony’s met showuitstraling en niet zozeer voor de sport. “Een pony moet direct opvallen ook als hij niet beweegt, een mooi front, een goede uitstraling dat is belangrijk.” De Welsh kenmerkt zich door de mooie aansprekende hoofdjes met kleine oortjes en mooi front en het is belangrijk dat die kenmerken zijn terug te vinden in de fokproducten. Naast shows in Nederland is Davy ook met enige regelmaat in Engeland te vinden. Daar vindt de Welsh fokkerij zijn oorsprong en is de omvang van de fokkerij vele mate groter dan de Nederlandse Welsh fokkerij. “Ik denk dat Nederland op dit moment op een mooie tweede plaats staat voor wat betreft de Welsh fokkerij. Maar ik merk ook dat er de laatste jaren ook meer interesse is vanuit Engeland voor de in Nederland gefokte hengsten en merries.”
De Welshfokkerij is anders dan bij andere stamboeken een rasfokkerij. Het stamboek kent zes verschillende fokrichtingen, waarbij de sectie A pony de grootste populariteit geniet. Deze kleine pony’s zijn niet groter dan 1.22m en worden niet alleen gezien als geschikte rijpony’s voor kinderen, maar ook in de aangespannen sport weten deze pony’s hun beste beentje voor te zetten.
De sectie B pony’s zijn meer rijtypisch en vinden gretig aftrek bij de iets grotere ruitertjes, maar ook in de aangespannen sport blijkt deze pony populair.
De sectie C pony’s zijn van het Cob type en zijn niet groter dan 1.37m. Deze pony kenmerkt zich door kracht en uithoudingsvermogen. De robuuste bouw van deze pony maakt hem geschikt om gereden te worden door zowel kinderen als volwassenen, maar ook in de aangespannen sport misstaat dit type zeker niet.
Welsh Cob pony’s vanaf een stokmaat van 1.37m vallen onder de sectie D. Deze stoere indrukwekkende pony’s zijn groot genoeg om door volwassenen te worden gereden, maar kenmerken zich wel door hun typische pony uitstraling.
De laatste twee fokrichtingen zijn de rijpony’s, waarbij de NWR (Nederlandse Welsh rijpony) zich kenmerkt met een Welsh percentage bloed van niet minder dan 25% en een minimale stokmaat van 1.38m. De WPBR Pony betreft een Welsh kruising met tenminste 25% Welsh bloed.
Maar wat maakt die Welshpony nu zo bijzonder?

